Afgelopen woensdag was een bijzondere dag. Een mooie wandeling door de Flevopolder als onderdeel van de introductie van het nieuwe boek van Boele Ytsma, “Authentiek – de zoeker en het verlangen”. Aangezien Boele inmiddels een meester is in het bespelen van de media rondom zijn gedachtegoed verzon hij voor de lancering van zijn tweede boek een heel erg leuk initiatief: het wandelen van het pionierspad, een tocht van bijna 200 km over de “bodem” van de Zuiderzee, de inmiddels drooggelegde Flevopolder.
Wandelen met Boele Ytsma blijkt niet zonder risico’s te zijn. Eén van de voorgangers die meeliep had een indringend telefoontje gehad van een dame die vertelde dat wandelen met Boele toch wel een soort grove zonde was. Dat belofde dus wat! We liepen afgelopen woensdag met veel theologen en dat gegeven zette de toon van de eerste etappe van de wandeling. Naast Jos Douma en Boele en Heleen Ytsma kende ik niemand van de “meelopers”, erg leuk dus om al wandelend te spreken over het nieuwe boek van Boele wat nog slechts door enkelingen was gelezen.
Ik had Boele al eens eerder ontmoet voordat zijn eerste boek “van de kaart” uitkwam en leerde in hem een leuk, open en eerlijk mens kennen. Dat was prettig want na de verschijning van zijn eerste boek brak de storm los. Veel onbegrip viel hem ten deel en zijn contacten met Klaas Hendrikse deden daar geen goed aan. Ik moet zeggen dat het eerste boek ook wat ver van mijn bed stond. Als kind heb ik vreselijk geworsteld met de dubbele predestinatieleer van Calvijn en de Nadere Reformatoren. Toen God zich in het midden van mijn twintiger jaren openbaarde in Jezus Christus was dat dan ook zo overweldigend dat ik nooit meer aan Zijn bestaan twijfelde. In die zin kon ik het gevoel uit “van de kaart” niet helemaal meemaken maar las ik het boek als een heftig biografisch relaas van een mooie kerel zo’n 10 km boven de Noordelijke Atlantische Oceaan in een redelijk comfortabele vliegtuigstoel.
Het uitkomen van het tweede boek negeerde ik een beetje omdat ik dacht meer van hetzelfde aan te treffen. De uitgever besloot echter om dagelijks een hoofdstuk beschikbaar te stellen en na het lezen van hoofdstuk één en twee besefte ik dat Boele en ik meer verwantschap hadden dan ik dacht. We zijn tochtgenoten op zoek naar de Ongrijpbare God. Vanuit verschillende vertrekpunten, dat wel, maar zonder meer reizigers die best een tijdje samen op zouden kunnen lopen.
De 24,5 kilometer lange tocht stelde me dan ook niet teleur. De reisgenoten waren boeiend, de gesprekken idem dito en het weer volmaakt. Ik heb vooral intensief geluisterd. Geluisterd naar de uitleg van Boele en andere tochtgenoten en soms vragen gesteld om meer te begrijpen. Wat een boek niet kan (vragen beantwoorden) kan een schrijver wel en ik kwam al snel tot de conclusie dat de woorden die we gebruiken om iets uit te drukken eerst zorgvuldig moeten worden uitgelegd om ruis en misverstanden te voorkomen. Zo blijkt Boele uit te komen op iets wat hij het “lege midden” noemt, een term die je goed moet uitleggen. Boele doet dat als volgt:
Het lege midden is de enige plek waar de ontmoeting met de afwezige God kan plaatsvinden. God laat zich niet dwingen, God laat zich niet met rituelen oproepen. We kunnen alleen ruimte scheppen, een stap achteruit zetten, onze mond houden en het denken stoppen. Dan is er de kans dat we, net als Elia, God gaan horen in ‘het gefluister van een zachte bries’.
Dat is mooi. God niet langer verklaard of het bezit van mensen, maar de ongrijpbare, soevereine God. Dat is mooi. Inmiddels heb ik het boek van Boele aangeschaft (ebook) en ben ik benieuwd naar de totale inhoud. Ik stuit vast op zaken waar ik heel anders over denk, maar dat verbreekt de verbintenis niet. We zijn tochtgenoten, op zoek naar ontmoetingen met de Ongrijpbare.
Tochtgenoten
Afgelopen woensdag was een bijzondere dag. Een mooie wandeling door de Flevopolder als onderdeel van de introductie van het nieuwe boek van Boele Ytsma, “Authentiek – de zoeker en het verlangen”. Aangezien Boele inmiddels een meester is in het bespelen van de media rondom zijn gedachtegoed verzon hij voor de lancering van zijn tweede boek een heel erg leuk initiatief: het wandelen van het pionierspad, een tocht van bijna 200 km over de “bodem” van de Zuiderzee, de inmiddels drooggelegde Flevopolder.
Wandelen met Boele Ytsma blijkt niet zonder risico’s te zijn. Eén van de voorgangers die meeliep had een indringend telefoontje gehad van een dame die vertelde dat wandelen met Boele toch wel een soort grove zonde was. Dat belofde dus wat! We liepen afgelopen woensdag met veel theologen en dat gegeven zette de toon van de eerste etappe van de wandeling. Naast Jos Douma en Boele en Heleen Ytsma kende ik niemand van de “meelopers”, erg leuk dus om al wandelend te spreken over het nieuwe boek van Boele wat nog slechts door enkelingen was gelezen.
Ik had Boele al eens eerder ontmoet voordat zijn eerste boek “van de kaart” uitkwam en leerde in hem een leuk, open en eerlijk mens kennen. Dat was prettig want na de verschijning van zijn eerste boek brak de storm los. Veel onbegrip viel hem ten deel en zijn contacten met Klaas Hendrikse deden daar geen goed aan. Ik moet zeggen dat het eerste boek ook wat ver van mijn bed stond. Als kind heb ik vreselijk geworsteld met de dubbele predestinatieleer van Calvijn en de Nadere Reformatoren. Toen God zich in het midden van mijn twintiger jaren openbaarde in Jezus Christus was dat dan ook zo overweldigend dat ik nooit meer aan Zijn bestaan twijfelde. In die zin kon ik het gevoel uit “van de kaart” niet helemaal meemaken maar las ik het boek als een heftig biografisch relaas van een mooie kerel zo’n 10 km boven de Noordelijke Atlantische Oceaan in een redelijk comfortabele vliegtuigstoel.
Het uitkomen van het tweede boek negeerde ik een beetje omdat ik dacht meer van hetzelfde aan te treffen. De uitgever besloot echter om dagelijks een hoofdstuk beschikbaar te stellen en na het lezen van hoofdstuk één en twee besefte ik dat Boele en ik meer verwantschap hadden dan ik dacht. We zijn tochtgenoten op zoek naar de Ongrijpbare God. Vanuit verschillende vertrekpunten, dat wel, maar zonder meer reizigers die best een tijdje samen op zouden kunnen lopen.
De 24,5 kilometer lange tocht stelde me dan ook niet teleur. De reisgenoten waren boeiend, de gesprekken idem dito en het weer volmaakt. Ik heb vooral intensief geluisterd. Geluisterd naar de uitleg van Boele en andere tochtgenoten en soms vragen gesteld om meer te begrijpen. Wat een boek niet kan (vragen beantwoorden) kan een schrijver wel en ik kwam al snel tot de conclusie dat de woorden die we gebruiken om iets uit te drukken eerst zorgvuldig moeten worden uitgelegd om ruis en misverstanden te voorkomen. Zo blijkt Boele uit te komen op iets wat hij het “lege midden” noemt, een term die je goed moet uitleggen. Boele doet dat als volgt:
Dat is mooi. God niet langer verklaard of het bezit van mensen, maar de ongrijpbare, soevereine God. Dat is mooi. Inmiddels heb ik het boek van Boele aangeschaft (ebook) en ben ik benieuwd naar de totale inhoud. Ik stuit vast op zaken waar ik heel anders over denk, maar dat verbreekt de verbintenis niet. We zijn tochtgenoten, op zoek naar ontmoetingen met de Ongrijpbare.
